Opleidingen voor Risicoarbeiders

Bedrijven

TOFAM Oost-Vlaanderen ondersteunt tewerkstellingsbeveiligende opleidingsinitiatieven voor arbeiders in de metaalverwerkende bedrijven in Oost-Vlaanderen. TOFAM Oost-Vlaanderen voorziet een financiƫle tussenkomst in de om- en bijscholingskosten voor risicoarbeiders.


Wat is een risicoarbeider?

Arbeiders, tewerkgesteld in een Oost-Vlaamse onderneming behorend tot het Paritair Comité 111, die voldoen aan één van de volgende voorwaarden:

 

  • ouder dan 40 jaar
  • maximaal een diploma Lager Secundair Onderwijs (vroeger A3)
  • vervanger van een bruggepensioneerde
  • wordt geconfronteerd met invoering nieuwe technologieën
  • wordt geconfronteerd met nieuwe werkmethodes
  • wordt geconfronteerd met de reorganisatie van functies, cellen, diensten van het bedrijf
  • wordt geconfronteerd met collectief ontslag

 

 

Wat is een risicowerkzoekende?

Uitkeringsgerechtigde werkzoekenden die aan één van de volgende voorwaarden voldoen:

 

  • De laatste 12 maanden zonder onderbreking (volledig of gedeeltelijk) werkloosheids- of wachtuitkering ontvangen

  • Ten hoogste een diploma Lager Secundair Onderwijs

  • Jonger dan 18 jaar, onderworpen aan de deeltijdse leerplicht en geen Secundair Onderwijs met volledig leerplan volgen

  • Ingeschreven bij het Rijksfonds voor de Sociale Reclassering van de Mindervaliden

  • Minstens 50 jaar zijn

  • Herintreders op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd zijn volgende voorwaarden vervuld:

    - geen werkloosheids- of loopbaanuitkeringen gedurende de jongste 3 jaar;

    - geen beroepsactiviteit gedurende de jongste 3 jaar;

    - gedurende de jongste 3 jaar hun beroepsactiviteit hebben onderbroken of nooit begonnen zijn.

 

 

Welke opleidingen?

Elke gestructureerde, vakgerichte opleiding, individueel of in groep, die wordt georganiseerd voor arbeiders van het bedrijf en die minstens 32 uur duurt.

 

  • De opleiding houdt een wezenlijke vernieuwing of verandering van de functie of het takenpakket van de arbeider in.
  • De opleiding kan zowel klassikaal als aan de werkpost (on-the-job) gebeuren.
  • Het louter trainen van vaardigheden komt niet in aanmerking.

 

 

Welke tussenkomst?

De tussenkomst is vastgesteld op € 13,76 (juli 2016) per risicoarbeider, per opleidingsuur. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd per 1 juli.

Er wordt geen andere vergoeding (voor lesgevers, verplaatsingen, cursusmateriaal...) voorzien.

 

 

Begrenzingen:

Alle tussenkomsten worden begrensd op basis van volgende criteria:

 

Externe opleidingen: opleiding gaat door buiten de muren vd onderneming.
Maximum 90 u subsidie per risicoarbeider per kalenderjaar aan € 13,76/uur.


Vb1 externe opleiding van 75u: 75 u x € 13,76 x aantal risicoarbeiders
Vb2 externe opleiding van 120u: 90 u (dit is het plafond) x € 13,64 x aantal risicoarbeiders
 

Interne opleidingen: opleiding gaat door in het bedrijf én/of on-the-job-trainingen.

De subsidie bedraagt 50% van het totaal aantal opleidingsuren met een maximum van 90u.
Dit aantal uur wordt betaald aan € 13,76 per risicoarbeider per kalenderjaar.

 

Vb1 interne opleiding van 80u:
(80u x 50%) x € 13,76 x aantal risicoarbeiders
40u x € 13,76 x aantal risicoarbeiders

 

Vb2 interne opleiding van 260u:
(260u x 50%) x € 13,76 x aantal risicoarbeiders
130u x 13,76 x aantal risicoarbeiders
! MAX. 90 u x € 13,76 x aantal risicoarbeiders
 

Niet-opgebruikte uren van het lopende kalenderjaar zijn niet overdraagbaar / cumuleerbaar naar het volgende kalenderjaar.
 

Voor opleidingen die over twee kalenderjaren lopen, komen enkel de uren die in het lopende kalenderjaar gepresteerd worden in aanmerking voor subsidie op het krediet van het jaar van aanvraag. Het resterende deel komt op rekening van het krediet van het volgend jaar.
 

Dossiers met een totale subsidiëring van meer dan 12.500€ worden beslist door de Raad van Bestuur.

 

 

Procedure:

Voor de start van de opleiding

De onderneming dient model 1 en per risicoarbeider model 2 in bij TOFAM Oost-Vlaanderen.

Een omstandige argumentatie van het tewerkstellingsbeveiligende karakter van de opleiding is essentieel om aanspraak te kunnen maken op de tussenkomst.

Voorafgaandelijk is de ondernemingsraad, of bij ontstentenis hiervan, de syndicale delegatie, geïnformeerd over het initiatief.
Dien de aanvraag digitaal in


Beoordeling van het dossier

De Raad van Bestuur beoordeelt de ontvangen dossiers.

De onderneming wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing.


Na de opleiding
Het bedrijf dient na de opleiding de aanwezigheidslijst (model 3) in bij TOFAM Oost-Vlaanderen.
De ondernemingsraad, of bij ontstentenis hiervan, de syndicale delegatie, wordt geïnformeerd over het afsluiten van de opleiding.

 

TOFAM Oost-Vlaanderen kan een opleidingsproject bezoeken en de opvolging ter plaatse nagaan. De Raad van Bestuur beslist autonoom over de financiële tussenkomst voor de ingediende projecten.

 

Wanneer andere kanalen voor financiële tussenkomst voorhanden zijn, zal TOFAM Oost-Vlaanderen zelf niet tussenkomen.