Opleidingen voor Risicoarbeiders

Bedrijven

TOFAM Oost-Vlaanderen ondersteunt tewerkstellingsbeveiligende opleidingsinitiatieven voor arbeiders in de metaalverwerkende bedrijven in Oost-Vlaanderen. TOFAM Oost-Vlaanderen voorziet een financiƫle tussenkomst in de om- en bijscholingskosten voor risicoarbeiders.


Wat is een risicoarbeider?

Arbeiders, tewerkgesteld in een Oost-Vlaamse onderneming behorend tot het Paritair Comité 111, die voldoen aan één van de volgende voorwaarden:

 

  • ouder dan 40 jaar
  • maximaal een diploma Lager Secundair Onderwijs (vroeger A3)
  • vervanger van een bruggepensioneerde
  • wordt geconfronteerd met invoering nieuwe technologieën
  • wordt geconfronteerd met nieuwe werkmethodes
  • wordt geconfronteerd met de reorganisatie van functies, cellen, diensten van het bedrijf
  • wordt geconfronteerd met collectief ontslag

 

 

Wat is een risicowerkzoekende?

Uitkeringsgerechtigde werkzoekenden die aan één van de volgende voorwaarden voldoen:

 

  • De laatste 12 maanden zonder onderbreking (volledig of gedeeltelijk) werkloosheids- of wachtuitkering ontvangen

  • Ten hoogste een diploma Lager Secundair Onderwijs

  • Jonger dan 18 jaar, onderworpen aan de deeltijdse leerplicht en geen Secundair Onderwijs met volledig leerplan volgen

  • Ingeschreven bij het Rijksfonds voor de Sociale Reclassering van de Mindervaliden

  • Minstens 50 jaar zijn

  • Herintreders op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd zijn volgende voorwaarden vervuld:

    - geen werkloosheids- of loopbaanuitkeringen gedurende de jongste 3 jaar;

    - geen beroepsactiviteit gedurende de jongste 3 jaar;

    - gedurende de jongste 3 jaar hun beroepsactiviteit hebben onderbroken of nooit begonnen zijn.

 

 

Nieuwe Maatregel vanaf 3 januari 2017

Vanaf 3 januari 2017 gaat de nieuwe maatregel met betrekking tot de opleiding van risicoarbeiders in voege. Deze maatregel wil de tewerkstellingsbeveiligende opleidingsinitiatieven voor arbeiders PC 111 met betrekking tot 'formeel' en 'informeel leren of On - the Job Training' ondersteunen.

Elk bedrijf dient hierbij jaarlijks de enquête met betrekking tot 'de opleidingsvisie van het bedrijf' in te vullen. Dit wordt automatisch voor het bedrijf georganiseerd via de eerste online aanvraag.

 

 

Welke opleidingen?

Formele opleidingen

Elke gestructureerde, vakgerichte opleiding, individueel of in groep, die wordt georganiseerd voor arbeiders van het bedrijf en die minstens 32 uur duurt.

 

  • De opleiding houdt een wezenlijke vernieuwing of verandering van de functie of het takenpakket van de arbeider in.
  • De opleiding kan klassikaal zowel extern als intern gebeuren.
  • Het louter trainen van vaardigheden komt niet in aanmerking.

 

 

On-the-Job Training 'OJT'

Elke gestructureerde, vakgerichte opleiding, individueel of in groep, die wordt georganiseerd op de werkplek voor arbeiders van het bedrijf en die minstens 32 uur duurt.

 

  • De opleiding houdt een wezenlijke vernieuwing of verandering van de functie of het takenpakket van de arbeider in.
  • De opleiding wordt op de werkplek georganiseerd.
  • Het louter trainen van vaardigheden komt niet in aanmerking. Elke OJT is gekoppeld aan een theoretische kennisoverdracht. Het aandeel van de theorie tov de praktijk bedraagt min. 20% van het totaal aantal uren. Er is overdracht van kennis en vaardigheden van de trainer(s) naar één of meerdere medewerkers.

 

De OJT kan op 2 manieren georganiseerd worden:

  • De OJT wordt gegeven door een interne collega die over de nodige skills beschikt. Het bedrijf dient hierbij de expertise van de mentor aan te tonen. Deze expertise dient aangevuld met een relevante opleiding zoals mentoring (peter/meterschap), train- the - trainer, dan wel een ruime voorafgaande ervaring in het geven van OJT. Deze aanvulling kan eventueel, mits duidelijke motivering door de werkgever, later ingediend worden, binnen het jaar van de aanvraag.
  • De OJT wordt gegeven door een leverancier van een nieuwe machine of productielijn.

 

De inhoud van de OJT moet duidelijk omschreven worden voor zowel de theorie als de praktijk. De registratie van de opleidingsuren wordt per onderdeel (theorie en praktijk) weergegeven.

 

 

Welke tussenkomst?

De tussenkomst is vastgesteld op € 13,99 (juli 2017) per risicoarbeider, per opleidingsuur. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd per 1 juli.

Er wordt geen andere vergoeding (voor lesgevers, verplaatsingen, cursusmateriaal...) voorzien.

 

 

Begrenzingen:

Alle tussenkomsten worden begrensd op basis van volgende criteria:

 

Formele opleidingen:
Maximum 90 u subsidie per risicoarbeider per kalenderjaar aan € 13,99/uur.


Vb1 externe opleiding van 75u: 75 u x € 13,99 x aantal risicoarbeiders
Vb2 externe opleiding van 120u: 90 u (dit is het plafond) x € 13,99 x aantal risicoarbeiders
 

On-the-Job-Trainingen:

De subsidie bedraagt 50% van het totaal aantal opleidingsuren met een maximum van 180 u of  90 u uitbetaald.
Dit aantal uur wordt betaald aan € 13,99 per risicoarbeider per kalenderjaar.

 

Vb1 OJT van 80u:
(80u x 50%) x € 13,99 x aantal risicoarbeiders
40u x € 13,99 x aantal risicoarbeiders

 

Vb2 OJT van 260u:
(260u x 50%) x € 13,99 x aantal risicoarbeiders
130u x 13,99 x aantal risicoarbeiders
! MAX. 90 u x € 13,99 x aantal risicoarbeiders
 

Niet-opgebruikte uren van het lopende kalenderjaar zijn niet overdraagbaar / cumuleerbaar naar het volgende kalenderjaar.
 

Voor opleidingen die over twee kalenderjaren lopen, komen enkel de uren die in het lopende kalenderjaar gepresteerd worden in aanmerking voor subsidie op het krediet van het jaar van aanvraag. Het resterende deel komt op rekening van het krediet van het volgend jaar.
 

Dossiers met een totale subsidiëring van meer dan € 12.500 worden beslist door de Raad van Bestuur.

 

 

Procedure:

Voor de start van de opleiding

De onderneming dient model 1 en per risicoarbeider model 2 in bij TOFAM Oost-Vlaanderen.

Een omstandige argumentatie van het tewerkstellingsbeveiligende karakter van de opleiding is essentieel om aanspraak te kunnen maken op de tussenkomst.

Voorafgaandelijk is de aanvraag besproken op de ondernemingsraad, of bij ontstentenis hiervan, de syndicale delegatie.

 

Nieuw! Interimarbeiders met een tewerkstelling in het bedrijf/PC 111 na de interimperiode

De onderneming kan een aanvraag indienen voor een arbeider in interimstatuut bij TOFAM Oost-Vlaanderen. De subsidiëring gebeurt na de bewijsvoering van de contractuele tewerkstelling in het bedrijf/PC 111 (contract van bepaalde/onbepaalde duur).


Dien de aanvraag digitaal in


Beoordeling van het dossier

De Raad van Bestuur beoordeelt de ontvangen dossiers.

De onderneming wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing.


Na de opleiding
Het bedrijf dient na de opleiding volgende documenten in bij TOFAM Oost-Vlaanderen.

 

Voor Formele opleidingen:

- aanwezigheidslijst 3 a: model voor de formele opleidingen

 

Voor On-the-Job Training:

- aanwezigheidslijst 3 b: model voor de OJT

- document mentoring OJT

 

Indien de aanvraag ingediend wordt voor een interimarbeider dan dient het bedrijf een tweede document door te sturen nl. het bewijs van contractuele tewerkstelling in het bedrijf.

 

 

TOFAM Oost-Vlaanderen kan een opleidingsproject bezoeken en de opvolging ter plaatse nagaan. De Raad van Bestuur beslist autonoom over de financiële tussenkomst voor de ingediende projecten.

 

Wanneer andere kanalen voor financiële tussenkomst voorhanden zijn, zal TOFAM Oost-Vlaanderen zelf niet tussenkomen.