Opleidingen voor Risicoarbeiders

Bedrijven

TOFAM Oost-Vlaanderen ondersteunt tewerkstellingsbeveiligende opleidingsinitiatieven voor arbeiders in de metaalverwerkende bedrijven in Oost-Vlaanderen. TOFAM Oost-Vlaanderen voorziet een financiƫle tussenkomst in de om- en bijscholingskosten voor risicoarbeiders.


Wat is een risicoarbeider?

Arbeiders, tewerkgesteld in een Oost-Vlaamse onderneming behorend tot het Paritair Comité 111, die voldoen aan één van de volgende voorwaarden:

 

  • ouder dan 40 jaar
  • maximaal een diploma Lager Secundair Onderwijs (vroeger A3)
  • vervanger van een bruggepensioneerde
  • wordt geconfronteerd met invoering nieuwe technologieën
  • wordt geconfronteerd met nieuwe werkmethodes
  • wordt geconfronteerd met de reorganisatie van functies, cellen, diensten van het bedrijf
  • wordt geconfronteerd met collectief ontslag

 

 

Wat is een risicowerkzoekende?

Uitkeringsgerechtigde werkzoekenden die aan één van de volgende voorwaarden voldoen:

 

  • De laatste 12 maanden zonder onderbreking (volledig of gedeeltelijk) werkloosheids- of wachtuitkering ontvangen

  • Ten hoogste een diploma Lager Secundair Onderwijs

  • Jonger dan 18 jaar, onderworpen aan de deeltijdse leerplicht en geen Secundair Onderwijs met volledig leerplan volgen

  • Ingeschreven bij het Rijksfonds voor de Sociale Reclassering van de Mindervaliden

  • Minstens 50 jaar zijn

  • Herintreders op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd zijn volgende voorwaarden vervuld:

    - geen werkloosheids- of loopbaanuitkeringen gedurende de jongste 3 jaar;

    - geen beroepsactiviteit gedurende de jongste 3 jaar;

    - gedurende de jongste 3 jaar hun beroepsactiviteit hebben onderbroken of nooit begonnen zijn.

 

 

Nieuwe Maatregel vanaf januari 2021

Vanaf 1 januari 2021 voorziet TOFAM Oost-Vlaanderen in een budget per bedrijf dat gebruikt kan worden voor subsidies voor bedrijfsopleidingen. Dit budget wordt jaarlijks per bedrijf vastgelegd op basis van het aantal arbeiders op 30 september van het voorgaande jaar en als volgt toegekend:

 

  • Basisbudget voor een bedrag van 3000 euro per bedrijf
  • Vanaf het aantal arbeiders meer dan 100 : + 30 euro per arbeider

 

Het niet opgebruikt budget op het einde van het kalenderjaar is niet overdraagbaar naar het volgende kalenderjaar.

 

Binnen onze bedrijfsopleidingen maken we onderscheid tussen formele en informele opleidingen

 

 

Welke opleidingen?

Formele opleidingen

Elke gestructureerde, vakgerichte opleiding, individueel of in groep, die wordt georganiseerd voor arbeiders van het bedrijf en die minstens 1 uur duurt.  

Dit is een door het bedrijf georganiseerde opleiding, los van de werkplek van de arbeider :

 

  • De opleiding houdt een wezenlijke vernieuwing of verandering van de functie of het takenpakket van de arbeider in.
  • De opleiding kan klassikaal zowel extern als intern gebeuren.  De interne lesgever heeft een opleiding 'Train de trainer'/'Mentorschap op de werkvloer' gevolgd of het bedrijf voorziet in de opstart om de interne lesgever deze opleidingen te laten volgen.
  • Het louter trainen van vaardigheden komt niet in aanmerking.
  • De opleiding gaat door binnen normale arbeidstijd en alle opleidingsuren worden beschouwd als gepresteerde arbeidsuren.
  • Het omvat in geen geval het standaard onthaalprogramma (CAO 22-NAR)
  • De opleiding duurt minstens 1 uur

 

Worden bovenstaande voorwaarden voldaan? Dan ontvang je een tussenkomst van 15 euro / uur. 

  • Wanneer je als bedrijf de opleidingen openstelt aan andere bedrijven behorend tot pc 111 en/of 209, dan geniet je van een extra tussenkomst van 50% bovenop het totaal aantal opleidingsuren.

 

On-the-Job Training 'OJT'

Elke gestructureerde, vakgerichte opleiding, individueel of in groep, die wordt georganiseerd op de werkplek voor arbeiders van het bedrijf en die minstens 32 uur duurt met een maximum van 160 uur.

 

  • De opleiding houdt een wezenlijke vernieuwing of verandering van de functie of het takenpakket van de arbeider in.
  • De opleiding wordt op de werkplek georganiseerd.
  • Het louter trainen van vaardigheden komt niet in aanmerking. Elke OJT is gekoppeld aan een theoretische kennisoverdracht. Het aandeel van de theorie tov de praktijk bedraagt min. 20% van het totaal aantal uren. Er is overdracht van kennis en vaardigheden van de trainer(s) naar één of meerdere medewerkers.

 

De OJT kan op 2 manieren georganiseerd worden:

  • De OJT wordt gegeven door een interne collega die over de nodige skills beschikt. Het bedrijf dient hierbij de expertise van de mentor aan te tonen. Deze expertise dient aangevuld met een relevante opleiding zoals mentoring (peter/meterschap), train- the - trainer, dan wel een ruime voorafgaande ervaring in het geven van OJT. Deze aanvulling kan eventueel, mits duidelijke motivering door de werkgever, later ingediend worden, binnen het jaar van de aanvraag.
  • De OJT wordt gegeven door een leverancier van een nieuwe machine of productielijn.

 

De inhoud van de OJT moet duidelijk omschreven worden voor zowel de theorie als de praktijk. De registratie van de opleidingsuren wordt per onderdeel (theorie en praktijk) weergegeven.

 

 

Welke tussenkomst?

De tussenkomst is vastgesteld op € 7 per risicoarbeider, per opleidingsuur. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd per 1 juli.
Er wordt geen andere vergoeding (voor lesgevers, verplaatsingen, cursusmateriaal...) voorzien.

 

 

Begrenzingen:

Alle tussenkomsten worden begrensd op basis van volgende criteria:

 

  • Formele opleidingen:

Per risicoarbeider per kalenderjaar aan € 15/uur per risicoarbeider. 

 

  • On-the-Job-Trainingen:

De subsidie bedraagt 7€/opleidingsuur met een maximum van 160 u
Dit aantal uur wordt betaald aan 7€ per risicoarbeider per kalenderjaar.

 

Niet-opgebruikte uren van het lopende kalenderjaar zijn niet overdraagbaar / cumuleerbaar naar het volgende kalenderjaar.
 

Voor opleidingen die over twee kalenderjaren lopen, komen enkel de uren die in het lopende kalenderjaar gepresteerd worden in aanmerking voor subsidie op het krediet van het jaar van aanvraag. Het resterende deel komt op rekening van het krediet van het volgend jaar.
 

Dossiers met een totale subsidiëring van meer dan € 12.500 worden beslist door de Raad van Bestuur.

 

 

Procedure:

Voor de start van de opleiding

De onderneming dient model 1 en per risicoarbeider model 2 in bij TOFAM Oost-Vlaanderen.

Een omstandige argumentatie van het tewerkstellingsbeveiligende karakter van de opleiding is essentieel om aanspraak te kunnen maken op de tussenkomst.

Voorafgaandelijk is de aanvraag besproken op de ondernemingsraad, of bij ontstentenis hiervan, de syndicale delegatie.

 

Nieuw! Interimarbeiders met een tewerkstelling in het bedrijf/PC 111 na de interimperiode

De onderneming kan een aanvraag indienen voor een arbeider in interimstatuut bij TOFAM Oost-Vlaanderen. De subsidiëring gebeurt na de bewijsvoering van de contractuele tewerkstelling in het bedrijf/PC 111 (contract van bepaalde/onbepaalde duur).


Dien de aanvraag digitaal in


Beoordeling van het dossier

De Raad van Bestuur beoordeelt de ontvangen dossiers.

De onderneming wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing.


Na de opleiding
Het bedrijf dient na de opleiding volgende documenten in bij TOFAM Oost-Vlaanderen.

 

Voor Formele opleidingen:

- aanwezigheidslijst 3 a: model voor de formele opleidingen

 

Voor On-the-Job Training:

- aanwezigheidslijst 3 b: model voor de OJT

- document mentoring OJT

 

Indien de aanvraag ingediend wordt voor een interimarbeider dan dient het bedrijf een tweede document door te sturen nl. het bewijs van contractuele tewerkstelling in het bedrijf.

 

 

TOFAM Oost-Vlaanderen kan een opleidingsproject bezoeken en de opvolging ter plaatse nagaan. De Raad van Bestuur beslist autonoom over de financiële tussenkomst voor de ingediende projecten.

 

Wanneer andere kanalen voor financiële tussenkomst voorhanden zijn, zal TOFAM Oost-Vlaanderen zelf niet tussenkomen.

 

Attestering Opleidingsplan :

Bent u een onderneming met een Ondernemingsraad (of bij ontstentenis: een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk)? Dan dient u jaarlijks te attesteren dat het opleidingsplan ter advies is voorgelegd aan de OR (of bij ontstentenis aan de vakbondsdelegatie)

 

Het opleidingsplan zelf dient niet ingediend te worden, enkel de attestering.

Het attest dient via mail bezorgd te worden op volgend adres:

      attesten@inom.be ; cc anja.noyelle@tofam-ovl.be

Het attest geldt voor één kalenderjaar (in te dienen tegen 31/03 van elk jaar)

 

Klik hier voor het document 'attestering opleidingsplan arbeiders'.